di 25/06/2019 - 20:00 Raadzaal
De notulen van de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn dd. 28 mei 2019 worden ter goedkeuring voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het GLTT is een organisatie met als doel lerenden optimale ontwikkelingskansen bieden en ze begeleiden zodat zij zich kunnen ontplooien tot gelukkige, zelfstandige, verdraagzame, creatieve en positief kritische mensen in een diverse samenleving. Dit onder andere door het aanbieden van lessen NT2.
Om de lessen NT2 te laten plaatsvinden in de zomermaanden, is GLTT op zoek naar lokalen waar deze lessen kunnen gegeven worden.
De studenten bij GLTT, kunnen in vele gevallen ook gebruik maken van de (OCMW-)diensten in het Sociaal Huis. Door deze lessen te laten doorgaan in het Sociaal Huis, wordt de drempel tot het vragen van hulp verlaagd. Hierdoor kan een snellere en betere dienstverlening tot stand komen.
Op deze manier kunnen we een meerwaarde creëren inzake het aanbieden van een klantgerichte dienstverlening op maat van de burger.
Er wordt dan ook voorgesteld aan de Raad om, gezien de werking van het GLTT een aanvulling is op de huidige werking, een overeenkomst af te sluiten voor een lokaal in de gemeente ter beschikking te stellen volgens het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst.
Voorstel
Aan de Raad wordt voorgesteld de samenwerkingsovereenkomst goed te keuren.
Met de start van de nieuwe legislatuur dient ook in de lokale adviescommissie (LAC) omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water één of meerdere vertegenwoordigers van ons bestuur te worden aangeduid, zoals bepaald in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 21.12.2018.
Het bijzonder comité voor de sociale dienst stelde in zitting van 7 februari 2019 mevrouw Martine Lemonnier aan als vertegenwoordiger en mevrouw Nicky Van Acker aan als plaatsvervangend vertegenwoordiger, in de lokale adviescommissie (LAC) omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water.
Wij vragen aan de raad voor maatschappelijk welzijn deze aanstelling te bekrachtigen.
Voorstel
Aan de Raad wordt voorgesteld de beslissing van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst dd. 7 februari 2019 te bekrachtigen.
De OCMW-raad moet zich uiterlijk op 30 juni van het financiële boekjaar dat volgt op het financiële boekjaar waarop de rekening betrekking heeft, uitspreken over de vaststelling van de jaarrekening en deze dan onmiddellijk digitaal bezorgen aan de Vlaamse overheid en publiceren op de website van de stad Halle.
De jaarrekening heeft drie verplichte onderdelen: de beleidsnota, de financiële nota en de samenvatting van de algemene rekeningen, met daarnaast een toelichting.
De beleidsnota van de jaarrekening maakt de brug met de strategische nota van het meerjarenplan en de beleidsnota van het budget.
De financiële toestand vergelijkt het behaalde resultaat op kasbasis met het gebudgetteerde cijfer.
Initieel werd voor 2018 een resultaat op kasbasis van 6 miljoen euro gebudgetteerd, in de jaarrekening wordt dit 9,7 miljoen euro.
De autofinancieringsmarge is de mate waarin een bestuur erin slaagt uit het verschil tussen exploitatieontvangsten en -uitgaven middelen over te houden om na de betaling van de leninglasten investeringen te kunnen financieren zonder nieuwe leningen af te sluiten.
De autofinancieringsmarge bedraagt in het boekjaar 2018 2,4 miljoen euro, wat bijna 0,9 miljoen hoger is dan gebudgetteerd.
De financiële nota van de jaarrekening bestaat opnieuw uit drie onderdelen: de exploitatierekening, de investeringsrekening en de liquiditeitenrekening.
De samenvatting van de algemene rekeningen vloeit voort uit de toepassing van de algemene boekhouding en bevat twee onderdelen: de balans en de staat van opbrengsten en kosten.
Een extra toelichting wordt toegevoegd om de raad bijkomende info te verschaffen.
Voorstel
Aan de raad wordt voorgesteld de jaarrekening 2018 vast te stellen.
Het meerjarenplan 2014-2019 bevat de beleidskeuzes van het bestuur. Bij de opmaak van het budget 2019 wordt die langetermijnvisie geconcretiseerd naar de korte termijn. Dit betekent dat het budget nooit los kan staan van het meerjarenplan, maar er naadloos op moet aansluiten. Deze aansluiting is zowel inhoudelijk als financieel van aard. Financieel past het budget in het meerjarenplan als voldaan is aan volgende twee voorwaarden:
1° het resultaat op kasbasis van het financiële boekjaar is groter dan of gelijk aan nul en
2° de autofinancieringsmarge van het financiële boekjaar in het budget 2019 is groter dan of gelijk aan de AFM in hetzelfde financiële boekjaar van het meerjarenplan (artikel 27 van het Besluit van de Vlaamse Regering).
In de bijlage bij de Omzendbrief BA 2013/4 (p.12/13) mildert men deze bepaling als volgt : “In de regel is een aanpassing van het meerjarenplan dus gekoppeld aan de budgetopmaak, niet aan de budgetwijzigingen (al is het niet uitgesloten dat een bestuur het meerjarenplan vaker aanpast)…”
In het thans voorgelegde ontwerp van budgetwijziging wordt het resultaat van de Jaarrekening 2018 opgenomen.
Van de gelegenheid wordt gebruikt gemaakt om een aantal technische wijzigingen door te voeren en om een aantal bij de opmaak van het budget 2019 ontbrekende kredieten toe te voegen.
De belangrijkste wijzigingen in het exploitatiebudget en in het investeringsbudget worden beschreven in de toelichting, gevoegd bij dit besluit.
De totale investeringsuitgaven 2019 stijgen van 8,7 mio naar 13,5 mio euro, waarvan 4,1 miljoen overgedragen kredieten van het voorgaande jaar.
Het financieel draagvlak na budgetwijziging is 0,5 mio euro.
Het resultaat op kasbasis bedraagt na budgetwijziging 0,2 mio euro.
Een wijziging in de meerjarenplanning 2014-2019 dringt zich dus voorlopig niet op.
Toelichting door de schepen van Financiën.
Voorstel
Aan de Raad wordt voorgesteld de budgetwijziging nr. 1 van 2018 vast te stellen.
Het bieden van hulpverlening en noodopvang aan burgers naar aanleiding van een ramp zoals een brand of een overstroming is een verplichting voor elk OCMW.
Er werd, onder coördinatie van het intergemeentelijk samenwerkingsverband Woonbeleid Zennevallei en in onderling overleg tussen de OCMW’s van Beersel, Halle en Sint-Pieters-Leeuw, een ontwerp van samenwerkingsovereenkomst opgemaakt inzake noodopvang voor mensen die slachtoffer geworden zijn van een ramp zoals bijvoorbeeld een brand of een overstroming.
Het ontwerp van de samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken vast die tijdens de voorbereidende gesprekken tot stand zijn gekomen en wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de OCMW raden van de betrokken besturen.
Door een samenwerking aan te gaan tussen de OCMW’s van Beersel, Halle en Sint-Pieters-Leeuw willen we de noodopvang faciliteren, optimaliseren en zo efficiënt mogelijk benutten. Op deze manier kan het bestaande aanbod van noodwoningen in de 3 OCMW’s gezamenlijk worden ingezet. Dit wil zeggen dat inwoners van Halle in bepaalde gevallen ook gebruik zullen kunnen maken van de noodopvangwoning te Beersel en Sint-Pieters-Leeuw (en omgekeerd).
Er wordt hiernaast voorgesteld om een samenwerking aan te gaan met het hotel Best Western te Ruisbroek bij vraag naar noodopvang na de werkuren of in het weekend.
Concreet zal de samenwerking inhouden dat de getroffene en zijn/haar gezin voor het weekend of voor de duur van de nacht onderdak kan vinden in het hotel. Nadien verhuist de getroffene naar de noodopvang. De kosten verbonden aan het verblijf (kamer + ontbijt/maaltijden) worden integraal gestort door het OCMW na voorlegging van het factuur.
Voorstel
Aan de Raad wordt voorgesteld de samenwerkingsovereenkomsten goed te keuren.
Elke stad is verplicht een organisatiebeheersingssysteem op te zetten. Het is een systeem dat ervoor dient te zorgen dat we onze organisatie 'beheersen'. Dit betekent dat we de risico’s moeten detecteren en zoveel als mogelijk moeten beperken.
In 2018 werden Stad Halle en OCMW Halle geïntegreerd. Het is de bedoeling voor de eengemaakte organisatie een nieuw kader voor organisatiebeheersing vast te leggen. Als kader wordt voorgesteld gebruik te maken van de “Leidraad organisatiebeheersing voor lokale besturen”.
Het systeem bepaalt op welke wijze de organisatiebeheersing wordt georganiseerd, met inbegrip van de te nemen controlemaatregelen en –procedures en de aanwijzing van de personeelsleden die ervoor verantwoordelijk zijn en de rapportageverplichtingen van de personeelsleden die bij het systeem van organisatiebeheersing betrokken zijn.
Voorstel
Aan de Raad wordt voorgesteld het kader voor organisatiebeheersing goed te keuren.
Op 26 februari 2019 keurden de gemeente- en OCMW-raad het reglement klachtenbehandeling goed. Hierbij werd geen tweedelijnsklachtenbehandeling voorzien.
Op basis van een nieuw voorstel van de Vlaamse ombudsdienst wordt de aanstelling van een gemeentelijke ombudsman voorzien via een overeenkomst met de Vlaamse ombudsdienst.
Het reglement inzake klachtenbehandeling wordt aangevuld met een artikel 3bis waarbij voorzien wordt in een tweedelijnsklachtenbehandeling door de ombudsman van de Vlaamse Ombudsdienst
Voorstel
Aan de raad wordt voorgesteld:
- de overeenkomst met de Vlaamse Ombudsdienst goed te keuren.
- de toevoeging van een artikel 3bis aan het reglement inzake klachtenbehandeling goed te keuren.
In het kader van de integratie en de gelijkschakeling van de HR-processen en -producten is het aangewezen dat stad en OCMW samenwerken met dezelfde externe preventiedienst.
Het OCMW Halle is sinds 2015 aangesloten bij Mensura als externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Deze opdracht is gegund tot 31/12/2019.
De stad Halle is sinds 2006 bij IDEWE aangesloten als externe preventiedienst. In zitting van 1/06/2018 beslistte het College om de opdracht van de Stad Halle bij IDEWE stop te zetten met een opzegperiode van 1 jaar eindigend eveneens op 31/12/2019.
Het bestek voor de aanstelling van een gemeenschappelijke externe preventiedienst en een gemeenschappelijke controledienst wordt ter goedkeuring voorgelegd. De stad zal als opdrachtencentrale optreden voor het OCMW.
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.
Voorstel
Aan de raad wordt voorgesteld het bestek, raming en wijze van gunnen en de aanduiding van de stad als opdrachtencentrale goed te keuren.