Terug
Gepubliceerd op 30/01/2020

2019_GR_00343 - Belasting op gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke inrichtingen - Vaststelling - Goedkeuring

Gemeenteraad
di 17/12/2019 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bertrand Demiddeleer, voorzitter; Marc Snoeck, ; Peggy Massien, ; Dieuwertje Poté; Christophe Merckx, ; Johan Servé, ; Pieter Busselot; Anne Mattot; Hedwig Van Rossem; Marc Picalausa, ; Mark Demesmaeker; Wim Demuylder; Marc Sluys; Nelly Lanis; Brigitte Moyson; Rogier Lindemans; Sven Pletincx; Amber Magnus, ; Anke Matthys, ; Arno Pirolo; Benjamin Swalens; Bram Vandenbroecke; Eva Demesmaeker, ; Jeroen Hofmans; Leen Destoop, ; Louis Van Dionant; Marijke Ceunen, ; Pascal Saenen; Yves Demanet; Valerie Hamelryck, ; Nicky Van Acker; Jan De Winne, Algemeen directeur

Verontschuldigd

Dirk Van Heymbeeck; André Gorgon

Secretaris

Jan De Winne, Algemeen directeur

Voorzitter

Bertrand Demiddeleer, voorzitter
2019_GR_00343 - Belasting op gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke inrichtingen - Vaststelling - Goedkeuring 2019_GR_00343 - Belasting op gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke inrichtingen - Vaststelling - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en doel

De financiële toestand van de stad vergt de invoering van alle rendabele belastingen. Daartoe wordt voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 een belasting geheven op gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke inrichtingen.

Advies en motivering

Het stadsbestuur wil een belasting heffen op gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke inrichtingen om de maatschappelijke kost die deze activiteiten met zich meebrengen voor een deel te verhalen op diegene die de activiteiten uitvoert.

Deze belasting verlicht de financiële lasten van de stad.

Juridische gronden

Decreet over het lokaal bestuur;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;

Beslissing college van burgemeester en schepenen dd. 29 november 2019. 

Besluit

De Gemeenteraad keurt het volgend besluit goed met algemene stemmen

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Voor de aanslagjaren 2020 tot 2025 wordt een belasting geheven op de vergunningsaanvragen en meldingen zoals bedoeld in art. 5 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de aanvrager of de melder die gehouden is tot het indienen van de vraag of het indienen van de melding.

Artikel 3

De belasting is verschuldigd ongeacht het bestuursniveau waar de aanvraag of melding wordt gedaan en ongeacht het bestuursniveau dat dient te beslissen.

Artikel 4

De belasting op de vergunningsaanvragen en meldingen zoals bedoeld in art. 5 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning  wordt vastgesteld op:

  • 740 euro voor een ingedeelde inrichting klasse 1 ;
  • 145 euro voor een ingedeelde inrichting klasse 2;
  • 60 euro voor een ingedeelde inrichting klasse 3.

Artikel 5

Voor het afleveren van een omgevingsvergunning wordt volgende belasting geheven:
                        klasse 1:        60
                        klasse 2:        30
                        klasse 3:          6

Het totaal van de door het stadsbestuur voor bedoelde aanvraag gemaakte port- en publicatiekosten worden eveneens verhaald.

Artikel 6

De belasting is niet verschuldigd indien de vergunning wordt geweigerd.

Artikel 7

De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebrek van betaling wordt de belasting ingekohierd.

Artikel 8

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2020.