Terug
Gepubliceerd op 30/01/2020

2019_GR_00322 - Belasting op grondvergunningen op de begraafplaatsen - Vaststelling - Goedkeuring

Gemeenteraad
di 17/12/2019 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bertrand Demiddeleer, voorzitter; Marc Snoeck, ; Peggy Massien, ; Dieuwertje Poté; Christophe Merckx, ; Johan Servé, ; Pieter Busselot; Anne Mattot; Hedwig Van Rossem; Marc Picalausa, ; Mark Demesmaeker; Wim Demuylder; Marc Sluys; Nelly Lanis; Brigitte Moyson; Rogier Lindemans; Sven Pletincx; Amber Magnus, ; Anke Matthys, ; Arno Pirolo; Benjamin Swalens; Bram Vandenbroecke; Eva Demesmaeker, ; Jeroen Hofmans; Leen Destoop, ; Louis Van Dionant; Marijke Ceunen, ; Pascal Saenen; Yves Demanet; Valerie Hamelryck, ; Nicky Van Acker; Jan De Winne, Algemeen directeur

Verontschuldigd

Dirk Van Heymbeeck; André Gorgon

Secretaris

Jan De Winne, Algemeen directeur

Voorzitter

Bertrand Demiddeleer, voorzitter
2019_GR_00322 - Belasting op grondvergunningen op de begraafplaatsen - Vaststelling - Goedkeuring 2019_GR_00322 - Belasting op grondvergunningen op de begraafplaatsen - Vaststelling - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en doel

De financiële toestand van de stad vergt de invoering van alle rendabele belastingen. Daartoe wordt voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 een belasting geheven op grondvergunningen op de begraafplaatsen.

Advies en motivering

De inrichting en het onderhoud van begraafplaatsen brengen financiële – en personeelslasten met zich mee. Door middel van een specifieke belasting levert de aanvrager een bijdrage in deze kosten. Om ook niet-inwoners voldoende te laten bijdragen in het onderhoud van de begraafplaatsen en om in de toekomst voldoende plaats beschikbaar te houden voor onze inwoners wordt met deze belasting ten aanzien van hen een verhoogde financiële bijdrage gevraagd.

Deze belasting verlicht de financiële lasten van de stad.

Juridische gronden

Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;

Artikel 15 van de Wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging;

Wet van 28 januari 1975 betreffende de gemeentebelastingen op het lijkenvervoer;

Decreet van 16 januari 2004 betreffende de begraafplaatsen en de lijkbezorging;

Omzendbrief BB 2006/03 van 10 maart 2006 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten;

Collegebeslissing van 29 november 2019.

Besluit

De Gemeenteraad keurt het volgend besluit goed met 29 stemmen bij 2 onthoudingen (Vlaams Belang, Open VLD)

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 wordt een belasting geheven op grondvergunningen op de begraafplaatsen.

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt machtiging verleend de grafconcessies op de stedelijke begraafplaatsen te verlenen.

Artikel 2

De belastingplichtige is de persoon die de concessie aanvraagt of zijn lastgever.

Artikel 3

De tarieven worden als volgt vastgesteld: (in Euro)

Concessies kunnen op vraag van de concessiehouder of zijn nabestaanden tussentijds verlengd worden.

Het tarief zal als volgt berekend worden:
Te betalen bedrag =            Nieuw Concessiebedrag x Y
                                   Totaal aantal jaren nieuwe concessietermijn

Y = aantal jaren van de nieuwe concessietermijn die de lopende concessietermijn overschrijdt.

Deze berekeningsformule is van toepassing op 50-jarige concessies aangekocht vanaf 13/8/1971.
De altijddurende concessies (eeuwigdurend) zijn sinds de wet van 20 juli 1971 omgezet in concessies voor 50 jaar en kunnen zonder vergoeding hernieuwd worden.

Bij gebruik van de voorkamer van een concessie met grafkelder, toegekend volgens de vroegere wetgeving, moet de bijzetting geschieden in betonnen kisten met twee plaatsen volgens de reeds bestaande en betaalde concessie voor de voorkamer.

Concessies voor voorkamers worden toegelaten voor zover technisch mogelijk en onder volgende voorwaarden:
    - Een eventuele concessie voor een voorkamer loopt gelijk met de concessie van de bijhorende familiekelder. Indien de concessie van de familiekelder stopt, stopt ook deze van de voorkamer.
    - Indien er een voorkamer dient geplaatst te worden kan dit enkel als betonnen koffer voor 2 personen (onder elkaar).
    - Indien er meerdere betonnen koffers dienen geplaatst te worden, moet dit onmiddellijk geschieden bij de aanvraag van voorkamer. Er wordt niet aanvaard om het plaatsen van de betonnen koffers in tijd te spreiden.
    - Bij aanvraag bepaalt de concessiehouder nominatief de begunstigden van de concessie voor de voorkamer.
    - Het stadsbestuur zal in deze geen enkele verantwoordelijkheid opnemen. Eventuele schade aan het openbaar domein en andere graven zal doorgerekend worden aan de concessionaris rekening houdende met de kostprijs van gepresteerde werkuren van de stadsdiensten.

Artikel 4

Voor niet-inwoners van de Stad Halle worden deze prijzen verviervoudigd behalve voor:
- personen die buiten het grondgebied van de stad overleden zijn maar in haar bevolkingsregister minstens 10 jaar ingeschreven waren gedurende de 25 jaar laatste jaren;
- zij die voor verzorging of wegens ouderdom bij gebrek aan plaatsruimte in het bejaardentehuis van de Stad Halle, verplicht werden hun intrek te nemen in een bejaardentehuis of bij een kind of bloedverwant tot en met de tweede graad buiten de Stad Halle.
Zij worden bij hun overlijden volledig gelijkgesteld met inwoners van de Stad Halle.  

Indien een inwoner de stad verlaat na er een vergunning te hebben bekomen, zal er geen opleg verschuldigd zijn op het ogenblik van zijn bijzetting, noch van die van zijn familieleden voor wie de vergunning was verleend.

Indien er concessie wordt afgesloten met een Hallenaar of een gelijkgestelde op het ogenblik van het overlijden, wordt de samenwonende partner eveneens als Hallenaar aangenomen, indien zij een samenlevingscontract of verklaring van wettelijke samenwoonst afgesloten hebben.

Voor de toepassing van artikel 3 (prijzen der grafconcessies) worden de EU-ambtenaren, die ingevolge hun persoonlijk statuut vrijgesteld zijn van inschrijving in de gemeentelijke registers en die werkelijk in de stad verblijven, gelijkgesteld met de personen die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters. Het bewijs van verblijf in de stad en de duur ervan zal door de familie moeten geleverd worden.

Artikel 5

De belasting is na facturatie door de stad betaalbaar door de concessieaanvrager of de begrafenisondernemer die de concessie aanvraagt. De belasting wordt vereffend door overschrijving op de bankrekening zoals vermeld op de factuur.

Artikel 6

De belasting moet binnen de 30 dagen na de aflevering van de factuur. Bij gebreke aan betaling binnen deze termijn wordt de belasting ingekohierd en is ze onmiddellijk eisbaar. In het geval van inkohiering is de betalingstermijn twee maand.

Artikel 7

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2020.