Terug
Gepubliceerd op 30/01/2020

2019_GR_00325 - Belastingreglement op het openhouden van drankgelegenheden na het gewoon sluitingsuur - Vaststelling - Goedkeuring

Gemeenteraad
di 17/12/2019 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bertrand Demiddeleer, voorzitter; Marc Snoeck, ; Peggy Massien, ; Dieuwertje Poté; Christophe Merckx, ; Johan Servé, ; Pieter Busselot; Anne Mattot; Hedwig Van Rossem; Marc Picalausa, ; Mark Demesmaeker; Wim Demuylder; Marc Sluys; Nelly Lanis; Brigitte Moyson; Rogier Lindemans; Sven Pletincx; Amber Magnus, ; Anke Matthys, ; Arno Pirolo; Benjamin Swalens; Bram Vandenbroecke; Eva Demesmaeker, ; Jeroen Hofmans; Leen Destoop, ; Louis Van Dionant; Marijke Ceunen, ; Pascal Saenen; Yves Demanet; Valerie Hamelryck, ; Nicky Van Acker; Jan De Winne, Algemeen directeur

Verontschuldigd

Dirk Van Heymbeeck; André Gorgon

Secretaris

Jan De Winne, Algemeen directeur

Voorzitter

Bertrand Demiddeleer, voorzitter
2019_GR_00325 - Belastingreglement op het openhouden van drankgelegenheden na het gewoon sluitingsuur - Vaststelling - Goedkeuring 2019_GR_00325 - Belastingreglement op het openhouden van drankgelegenheden na het gewoon sluitingsuur - Vaststelling - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en doel

De financiële toestand van de stad vergt de invoering van alle rendabele belastingen. Daartoe wordt voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 een belasting het openhouden van drankgelegenheden na het gewoon sluitingsuur geheven.

Advies en motivering

Het openhouden van drankgelegenheden na het opgelegde sluitingsuur kan soms voor overlast zorgen. Om het veelvuldig openhouden van drankgelegenheden na het sluitingsuur te ontmoedigen, heft het stadsbestuur deze belasting.

Deze belasting verlicht de financiële lasten van de stad.

Juridische gronden

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2019;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;

Algemene politieverordening - goedgekeurd door de gemeenteraad op 22 oktober 2019;

Collegebeslissing van 29 november 2019.

Besluit

De Gemeenteraad keurt het volgend besluit goed met 30 stemmen bij 1 onthouding (Vlaams Belang)

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 wordt er een jaarlijkse belasting geheven op het openhouden van drankgelegenheden na het gewoon sluitingsuur zoals opgelegd in de algemene politieverordening.

Artikel 2

Voor het openhouden van een drankgelegenheid na het sluitingsuur kan de uitbater van een drankgelegenheid zowel een bestendige als een gelegenheidstoelating voor een verlating van het sluitingsuur aanvragen bij de burgemeester.

De aanvraag tot een gelegenheidstoelating dient gemotiveerd te zijn. De burgemeester oordeelt soeverein over de toekenning. Voor elke afwijking van de algemene politieverordening dient een nieuwe aanvraag ingediend te worden.

Artikel 3

a) Gelegenheidstoelatingen voor maximum 2 uur bijkomend op de algemene politieverordening.
Voor de inrichtingen die geen bestendige toelating bezitten om later dan het gewone sluitingsuur open te blijven, buiten de dagen, waarop bij algemene maatregel het sluitingsuur wordt opgeheven, dient een tarief van 40 euro per 2 uur en per dag voorafgaandelijk te worden betaald. De aanvraag tot een gelegenheidstoelating dient gemotiveerd te zijn. De burgemeester oordeelt soeverein over de toekenning. Voor elke afwijking van het politiereglement dient een nieuwe aanvraag ingediend te worden.

b) Bestendige toelatingen
De uitbater van een drankgelegenheid die een toelating heeft bekomen om zijn inrichting voor een halfjaar op elke openingsdag tot 5 u. open te houden, betaalt hiervoor een bedrag van 1.632 euro. De uitbater van een drankgelegenheid, die een toelating heeft bekomen om zijn inrichting per halfjaar op elke nacht van vrijdag op zaterdag, van zaterdag op zondag en de nacht voorafgaand aan een wettelijke feestdag, tot 5 uur open te houden, betaalt hiervoor een bedrag van 1.090 euro.

Artikel 4

De belasting is verschuldigd door de uitbater van de inrichting.

Artikel 5

De belasting wordt contant ingevorderd tegen afgifte van een ontvangstbewijs of door overschrijving op de bankrekening van de stad binnen de 15 dagen. Bij gebrek aan aanvraag of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het College van Burgemeester en Schepen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag gebaseerd is, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. Ambtshalve ingekohierde belastingen worden verhoogd met het bedrag van de verschuldigde belasting.

Artikel 6

Bij gebreke aan betaling binnen 15 dagen wordt de belasting van ambtswege ingekohierd en is ze onmiddellijk eisbaar. In het geval van inkohiering is de betalingstermijn twee maand.

Artikel 7

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2020.