De financiële toestand van de stad vergt de invoering van alle rendabele belastingen. Daartoe wordt voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 een belasting op klei- en leemontginning geheven.
Het stadsbestuur wil een belasting heffen op klei- en leemontginning om de maatschappelijke kost die deze ontginning met zich meebrengt voor een deel te verhalen op de ontginner.
Deze belasting verlicht de financiële lasten van de stad.
Decreet over het lokaal bestuur;
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.
Beslissing college van burgemeester en schepenen dd. 29 november 2019.
De Gemeenteraad keurt het volgend besluit goed met 30 stemmen bij 1 onthouding (Vlaams Belang)
Voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 wordt ten laste van de exploitanten van open groeven welke tot doel hebben de winning van klei en/of leem die gelegen zijn binnen de grenzen van de gemeente een directe gemeentebelasting gevestigd op de ter plaatse afgegraven en afgevoerde hoeveelheid klei of leem.
De heffing wordt semestrieel gevestigd op uiterlijk:
1) 30 september voor de afgevoerde hoeveelheid klei of leem van de eerste zesmaandelijkse periode van het betrokken jaar;
2) 31 maart voor de afgevoerde hoeveelheid klei of leem van de laatste zesmaandelijkse periode van het jaar dat aan de vestiging voorafgaat.
Deze belasting bedraagt 0,55 EUR per m³ afgevoerde klei of leem.
De belasting is verschuldigd door de exploitanten van de betrokken nijverheid.
De exploitanten zijn verplicht om voor 31 juli van het aanslagjaar en voor 31 januari van het jaar volgend op het aanslagjaar een halfjaarlijkse aangifte bij het stadsbestuur in te dienen van het aantal afgegraven en afgevoerde ton klei of leem van het aanslagjaar.
Deze zesmaandelijkse aangiften dienen te gebeuren op gestandaardiseerde door de administratie opgestelde en ter beschikking gestelde aangifteformulieren.
De overtredingen op dit reglement worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2020.