De financiële toestand van de stad vergt de invoering van alle rendabele belastingen. Daartoe wordt voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 een belasting op de uitbating van nachtwinkels.
De uitbating van een nachtwinkel brengt soms overlast met zich mee voor de omwonenden. Om die reden beslist het stadsbestuur om de uitbating van dergelijke winkels te belasten.
Deze belasting verlicht de financiële lasten van de stad.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;
Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening;
Artikel 48 Wetsbepalingen inzake slijterijen van gegiste dranken, samengeordend op 3 april 1953;
Collegebeslissing van 29 november 2019.
De Gemeenteraad keurt het volgend besluit goed met 29 stemmen bij 2 onthoudingen (Vlaams Belang, Open VLD)
Voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 wordt er een jaarlijkse belasting geheven op de uitbating van nachtwinkels gelegen op het grondgebied van Halle.
Voor de toepassing van het reglement moet er onder nachtwinkels verstaan worden: elke winkel die in algemene voedingswaren en huishoudartikelen handelt en tussen 18.00 uur en 7.00 uur open is, zoals bedoeld in de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening en ongeacht of alle verplichtingen en beperkingen voortvloeiend uit die wet door de nachtwinkel gerespecteerd zijn.
De aanslagvoet van de jaarlijkse belasting is vastgesteld op 1.500,00 euro per nachtwinkel en is verschuldigd door de uitbater van de handelszaak die hoofdelijk aansprakelijk is. De jaarlijkse belasting is ondeelbaar. Zij is verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook de aanvangs- of de stopzettingsdatum van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar is. De jaarlijkse belasting gaat in volgend op het jaar van de invordering van de openingsbelasting, of bij gebreke hiervan vanaf de inwerkingtreding van huidig belastingreglement. Er wordt geen enkele korting of teruggave van de belasting gedaan om welke reden dan ook.
De belasting is solidair en ondeelbaar verschuldigd door de eigenaar van de handelszaak, de uitbater ervan en de eigenaar van het pand waar de economische activiteit gehouden wordt. Bij niet-betaling door de uitbater zal vervolgens de eigenaar van de handelszaak en uiteindelijk de eigenaar van het pand aangeschreven worden.
De eigenaar van de handelszaak en/of de uitbater van de in artikel 1 bedoelde economische activiteit zijn ertoe gehouden voorafgaandelijk van deze economische activiteit aangifte te doen bij het stadsbestuur. Ze zijn verplicht alle nodige documenten en vergunningen voor te leggen op eerste verzoek van het stadsbestuur. Ze worden eraan gehouden de eventuele controle van hun verklaring mogelijk te maken.
Elke wijziging of stopzetting van de in artikel 1 bedoelde economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het stadsbestuur.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2020.