De financiële toestand van de stad vergt de invoering van alle rendabele belastingen. Daartoe wordt voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 een belasting geheven op het bouwen, herbouwen, plaatsen van afsluitingen, aanplakborden, enz
Het stadsbestuur wil met deze belasting een vergoeding bekomen voor de kosten die zij gemaakt heeft voor de aanleg van de infrastructuur en het openbaar domein, waardoor de percelen bouwrijp worden gemaakt. Bouwdossiers brengen voor de stad financiële - en personeelslasten met zich mee. Om ook deze kosten minstens gedeeltelijk terug te vorderen van de aanvrager is het wenselijk een belasting in te voeren.
Deze belasting verlicht de financiële lasten van de stad.
Decreet over het lokaal bestuur;
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;
Beslissing college van burgemeester en schepenen dd. 29 november 2019.
De Gemeenteraad keurt het volgend besluit goed met 29 stemmen bij 1 onthouding (Vlaams Belang)
Voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 wordt een belasting geheven op het bouwen, herbouwen, plaatsen van afsluitingen, aanplakborden, enz..
De belasting wordt aangerekend voor :
a) Al het gebouwde of herbouwde met inbegrip van de afhankelijkheden van het voornaamste gebouw, zoals: werkplaatsen, magazijnen, stalplaatsen, garages e.d., alsmede voor de fabrieken, de werkplaatsen, de stapelplaatsen, serren en loodsen.
b) Optrekken van één of meerdere verdiepingen bij een bestaand gebouw
c) Creëren van bijkomende woongelegenheid binnen een bestaand volume
d) Veranderingen van gevels
e) Afsluitingsmuren langs de straat opgetrokken in metselwerk
f) Reliëfverandering of verhardingen van terreinen
g) Oprichten van reclamepanelen en lichtreclames
De belasting is verschuldigd door de houder van de omgevingsvergunning.
De eigenaar van het gebouw is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Ingeval van onverdeeldheid zijn de onverdeelde eigenaars van het gebouw hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
a) De belasting bedraagt voor gebouwen
- tot en met 500 m³ : 0,5 euro per kubieke meter
- van 500 m³ tot 750 m³ : 0,75 euro per kubieke meter
- van 750 m³ tot 1.000 m³ : 1 euro per kubieke meter
- meer dan 1.000 m³ : 1,25 euro per kubieke meter
Indien bij een bestaand gebouw één of meerdere verdiepingen opgetrokken worden, wordt de belasting berekend naar de kubieke inhoud van het bijgebouwde gedeelte alleen. Er is geen belasting meer verschuldigd voor de reeds bestaande onderdelen.
Naargelang de bestemming van het gebouw wordt de belasting vermenigvuldigd met volgende factoren:
voor een meergezinswoning tot 3 woonentiteiten: x 1,5
voor een meergezinswoning vanaf 4 woonentiteiten x 2
b) Het creëren van bijkomende woongelegenheden binnen een bestaand volume is onderworpen aan een bijkomende forfaitaire belasting van 750 euro per extra woongelegenheid.
c) Veranderingen aan gevels zijn onderworpen aan een belasting berekend volgens de oppervlakte van het veranderde gedeelte 1 euro per vierkante meter.
d) Voor afsluitingsmuren gelegen langs de straat en opgetrokken in metselwerk wordt de belasting eveneens aangerekend tegen 1 euro per vierkante meter.
e) Reliëfverandering of verhardingen van terreinen zijn onderworpen aan een belasting van 1 euro per m². Elk gedeelte van een m² wordt beschouwd als een gehele m².
f) Oprichten van reclamepanelen en lichtreclames worden belast : 25 euro per m². Indien ze dubbelzijdig zijn, worden de beide oppervlakten aangerekend. Elk gedeelte van een m² wordt beschouwd als een gehele m².
Elk gedeelte van een m³ of m² wordt beschouwd als een gehele m³ of m².
Zijn vrijgesteld van belasting:
- de huizen gebouwd door sociale huisvestingsmaatschappijen.
- de alleenstaande afdaken, enkel rustend op palen.
- de vaste goederen of gedeelten van vaste goederen die aangewend worden voor een al dan niet kosteloze dienst voor algemeen nut.
- de herbouw van de door oorlogsfeiten vernielde of beschadigde gebouwen.
- gevelaanpassing met als doel de gevel te isoleren als energiebesparende maatregel.
- verbouwingen met als enige doel energiebesparende maatregelen
Het voordeel van deze beschikking is alleen van toepassing op het gedeelte van de eigendom dat herbouwd wordt naar dezelfde omvang en dezelfde inhoud als de vernielde of de beschadigde eigendom.
Deze vrijstelling geldt echter niet indien:
a) De kosten van wederopbouw niet gedragen worden door de eigenaar
b) De eigendom, op het ogenblik dat de herbouw wordt aangevangen, in andere handen is overgegaan, anders dan door erfenis in rechtstreekse lijn (omzendbrief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken van 20 juli 1920 en van 22 december 1948).
De gebouwen opgericht op een grond, gedeeltelijk behorend tot het grondgebied van de stad Halle, en gedeeltelijk behorend tot een andere gemeente, zullen slechts belast worden voor het gedeelte van het gebouw, gelegen op het grondgebied van de stad Halle.
Indien de belasting minder dan 25 euro bedraagt, wordt ze niet ingevorderd.
Bij het afleveren van de vergunning wordt de belasting berekend en aan de belastingplichtige medegedeeld.
De belastingplichtigen moeten uiterlijk 8 dagen voor het begin der werken aangifte daarvan doen bij het stadsbestuur en er een bedrag gelijk aan de vermoedelijke belasting in consignatie storten. Het in consignatie gegeven bedrag zal van ambtswege als een verworven belasting worden geboekt indien er geen tegenbericht van de belastingplichtige bij het stadsbestuur toekomt uiterlijk de dag voor deze waarop het belastbaar feit zich zal voltrekken.
Bij gebrek aan contantbetaling of in geval deze niet gelijk is aan de reële belastingschuld, berekend op basis van de gegevens waarover het stadsbestuur nadien beschikt, zal worden overgegaan tot inkohiering, of respectievelijk terugbetaling, van het verschil.
De belastingschuld ontstaat op het ogenblik dat het gebouw onder dak staat of de werken beëindigd zijn.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2020.