Terug
Gepubliceerd op 30/01/2020

2019_GR_00326 - Gemeentebelasting op motoren - Vaststelling - Goedkeuring

Gemeenteraad
di 17/12/2019 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bertrand Demiddeleer, voorzitter; Marc Snoeck, ; Peggy Massien, ; Dieuwertje Poté; Christophe Merckx, ; Johan Servé, ; Pieter Busselot; Anne Mattot; Hedwig Van Rossem; Marc Picalausa, ; Mark Demesmaeker; Wim Demuylder; Marc Sluys; Nelly Lanis; Brigitte Moyson; Rogier Lindemans; Sven Pletincx; Amber Magnus, ; Anke Matthys, ; Arno Pirolo; Benjamin Swalens; Bram Vandenbroecke; Eva Demesmaeker, ; Jeroen Hofmans; Leen Destoop, ; Louis Van Dionant; Marijke Ceunen, ; Pascal Saenen; Yves Demanet; Valerie Hamelryck, ; Nicky Van Acker; Jan De Winne, Algemeen directeur

Verontschuldigd

Dirk Van Heymbeeck; André Gorgon

Secretaris

Jan De Winne, Algemeen directeur

Voorzitter

Bertrand Demiddeleer, voorzitter
2019_GR_00326 - Gemeentebelasting op motoren - Vaststelling - Goedkeuring 2019_GR_00326 - Gemeentebelasting op motoren - Vaststelling - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en doel

De financiële toestand van de stad vergt de invoering van alle rendabele belastingen. Daartoe wordt voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 een belasting geheven op de motoren.

Advies en motivering

Bedrijven gebruiken motoren om hun machines aan te drijven. Met deze belasting wil het stadsbestuur bedrijven aanmoedigen om zorgvuldig om te gaan met hun energieverbruik.

Deze belasting verlicht de financiële lasten van de stad.

Juridische gronden

Artikel 170 § 4 van de Grondwet;

Het decreet over het lokaal bestuur;

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;

Beslissing college van burgemeester en schepenen dd. 29 november 2019. 

Besluit

De Gemeenteraad keurt het volgend besluit goed met 20 stemmen bij 11 onthoudingen (N-VA, Vlaams Belang)

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 wordt een belasting geheven op de motoren.

Artikel 2

De belasting is verschuldigd voor de motoren die de belastingplichtige voor de exploitatie van zijn inrichting of haar bijgebouwen gebruikt.
Bijgebouw : iedere instelling, onderneming of iedere werf van om het even welke aard welke gedurende een ononderbroken tijdvak van minstens drie maanden op het grondgebied van de gemeente is gevestigd.
Ze wordt berekend per maand en elk gedeelte ervan wordt voor een volledige maand geteld.
Een motor die voor de eerste maal in werking wordt gesteld, is belastbaar vanaf de volgende maand.
De kracht van hydraulische motoren wordt berekend door omzetting van de kracht, uitgedrukt in PK naar KW.
1 PK = 0,736 KW. Het resultaat wordt afgerond op 2 cijfers na de komma.

Wanneer de installaties van een nijverheidsbedrijf voorzien zijn van meetapparaten voor het maximum kwartiervermogen, waarvan de opnemingen maandelijks door de leverancier van elektrische energie worden gedaan met het oog op het factureren ervan, kan op verzoek van de exploitant, het bedrag van de belasting vastgesteld worden op basis van een belastbaar vermogen, gelijk aan het rekenkundig gemiddelde der twaalf maandelijkse maximum kwartiervermogens van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar.
De vaststelling van de belasting gebeurt aan de hand van de opmetingen door de elektriciteitsmaatschappij.
Hierop kan weliswaar geen correctie of vrijstelling toegepast worden gezien het hier om exacte opmetingen gaat.

Artikel 3

Er wordt een gemeentebelasting van 30,00 euro per eenheid en per breuk van kilowatt gevestigd op de motoren gebruikt voor een bedrijfsactiviteit, ongeacht de krachtbron welke deze in beweging brengt.

Onder bedrijfsactiviteit wordt verstaan :
- een industriële-, nijverheids-, landbouw-, handels-, een commerciële, zelfstandige of dienstverlenende activiteit
- een vrij beroep.

Artikel 4

Zijn belastingvrij :

1. De motor die gans het jaar niet wordt gebruikt. De non-activiteit moet blijken uit een driemaandelijks te hernieuwen bericht aan het stadsbestuur zoals voorzien in artikel 6.

2. De motoren van voertuigen die onder de verkeersbelasting vallen of die van deze belasting zijn vrijgesteld door een bepaling van de desbetreffende wetten.

3. De motor die een elektrische generator drijft, voor het gedeelte van zijn vermogen dat overeenstemt met dat benodigd voor het drijven van de generator.

4. De door perslucht aangedreven motor.

5. De motorkracht welke uitsluitend gebruikt wordt voor toestellen tot bemaling.

6. De motoren die gebruikt worden om de compressoren aan te drijven die instaan voor het drukregime in de vervoerleidingen van aardgas.

7. Motoren gebruikt om de lucht te verversen.

8. Motoren die uitsluitend gebruikt worden door en toebehoren aan een instelling waar zieken en andersvaliden verzorgd worden.

9. Motoren die uitsluitend gebruikt worden en toebehoren aan een openbare dienst van het rijk, het gewest, de provincie of het OCMW.

10. De bedrijven, waarvan het samengetelde vermogen van de motoren minder dan 5 kilowattuur bedraagt voor het ganse bedrijf.

Artikel 5

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 6

Iedere belastingplichtige houder van in of buiten werking zijnde motoren waarvan hij al dan niet eigenaar is, moet er aangifte van doen door middel van het aangifteformulier.

De belastingplichtige die het formulier niet zou ontvangen hebben moet deze aangifte spontaan doen. Aangifteformulieren kunnen op eenvoudig verzoek aangevraagd worden bij de Financiële Dienst van het stadsbestuur of opgevraagd op de website van de stad Halle via het e-loket : www.halle.be.

Artikel 7

De belastingplichtige is vrijgesteld van aangifteplicht indien hij voor het vorig aanslagjaar werd aangeslagen en indien de belastbare toestand ongewijzigd is gebleven.

Artikel 8

Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.

Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk in te dienen.

Artikel 9

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met het bedrag van de verschuldigde belasting.  Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.

Artikel 10

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 11

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2020.