De financiële toestand van de stad vergt de invoering van alle rendabele belastingen. Daartoe wordt voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 een belasting geheven op de opgravingen van stoffelijke overblijfselen op de stedelijke begraafplaatsen.
Het aantal opgravingen moet beperkt worden om milieuhygiënische en technische redenen. Opgravingen zijn bovendien een arbeidsintensief werk. Het ontgraven of verplaatsen van stoffelijke resten brengen zowel financiële kosten als een personeelsinzet met zich mee voor het stadsbestuur. Door middel van een specifieke belasting levert de aanvrager een bijdrage in deze kosten.
Deze belasting verlicht de financiële lasten van de stad.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;
Artikel 15 van de Wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging;
Wet van 28 januari 1975 betreffende de gemeentebelastingen op het lijkenvervoer;
Decreet van 16 januari 2004 betreffende de begraafplaatsen en de lijkbezorging;
Omzendbrief BB 2006/03 van 10 maart 2006 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten;
Collegebeslissing van 29 november 2019.
De Gemeenteraad keurt het volgend besluit goed met 29 stemmen bij 2 onthoudingen (Vlaams Belang, Open VLD)
Er wordt voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 een belasting geheven op de opgravingen van stoffelijke overblijfselen op één der stedelijke begraafplaatsen.
Voor opgravingen van een gewone begraving, bij een opgraving uit het columbarium en uit een urneveld wordt er een contantbelasting aangerekend. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingekohierd.
Voor opgravingen van stoffelijke overblijfselen worden volgende bedragen aangerekend:
- 1.000 euro bij gewone begraving,
- 600 euro bij een opgraving uit columbarium (1 of 2 plaatsen)
- 600 euro bij een opgraving op een urnenveld (1 of 2 plaatsen).
De belasting is verschuldigd door diegene die de machtiging tot opgraven vraagt.
Vrijstelling van deze belasting wordt verleend:
- voor opgravingen van soldaten en burgers gestorven voor het vaderland- voor opgravingen verricht in uitvoering van rechterlijke beslissingen.
- voor opgravingen die ambtshalve door de stad worden verricht
- voor opgravingen kindergraven
- voor opgraving uit een columbarium of urneveld bij einde van de concessie gevolgd door:
De belasting op de opgraving wordt ingevorderd met een factuur. Er mag niet tot opgraving overgegaan worden vooraleer de factuur betaald is.
De factuur dient betaald te worden binnen de 30 dagen.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2020.