Er werd namens Evillas een omgevingsaanvraag ingediend voor het verkavelen van gronden aan Prinsenbos met het oog op het creëren van 13 woonkavels en het aanleggen van een wegenis en park op percelen kadastraal gekend als sectie E, nrs. 3 F, 4 C, 4 D en 6 V.
Ten behoeve van deze aanvraag werd een onderzoek naar bezwaren ingesteld van 3 april 2019 tot en met 2 mei 2019 waarbij op 2 mei 2019 één bezwaar werd ingediend.
Dit bezwaarschrift werd door de gemeentelijke omgevingsambtenaar behandeld en als volgt geëvalueerd:
Wat betreft de zaak van de wegen vraagt dit bezwaar dus om een niveauaanpassing, een verhoging van de lagergelegen wegenis in de voorliggende omgevingsaanvraag (omcirkelde 1). Een aansluiting op deze verhoogde weg zou een mogelijke ontsluiting kunnen vormen voor het nog in de toekomst te ontwikkelen binnengebied gelegen langs de andere kant van de voetweg en waar de bezwaarindienster gronden heeft liggen.
Bijkomend vraagt de bezwaarindienster naar een mogelijke uitbreiding van de voetweg (omcirkelde 2) om te kunnen aansluiten op de wegenis van de verkaveling.
Op 12 augustus 2019 werd het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en trad in werking op 1 september 2019. Dit decreet heft de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen op en voorziet in een harmonisatie van de regelgeving met betrekking tot alle gemeentewegen.
Zo heeft de gemeenteraad voortaan de exclusieve bevoegdheid voor de aanleg, wijziging, verplaatsing en opheffing van alle gemeentewegen. De gemeenteraad kan, los van een andere procedure, beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing en opheffing van alle gemeentewegen. Daarnaast is ook voorzien in een integratie van deze beslissing van de gemeenteraad in een ruimtelijke planningsinitiatief of de procedure van de omgevingsvergunning. Tegen de beslissing van de gemeenteraad kan nu ook administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering.
Omgevingsaanvragen die de aanleg omvatten van nieuwe wegenis dienen bij het verlenen van een vergunning steeds voorafgegaan te worden door een beslissing van de gemeenteraad over ‘de zaak van de wegen’ met als voorwerp de vaststelling van de rooilijn, het bestek, de plannen en raming ten laste van eigenaar voor de wegenis, de rioleringswerken en de opening van de nieuwe wegenis. Dit geheel volgens het artikel 31 van het omgevingsdecreet en in het bijzonder het artikel 47 van het omgevingsbesluit dat onder meer ook bepaalt dat de gemeenteraad een besluit neemt na kennis te hebben genomen van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
De gemeenteraad sprak zich eerder op 25 juni 2019 gunstig uit over de rooilijn, wegenis en omgevingswerken maar had op dat moment nog geen weet van het resultaat van het onderzoek naar bezwaren waarbij 1 bezwaar werd ingediend.
Alvorens een standpunt in te nemen, vroeg het college advies bij het Agentschap Binnenlands Bestuur om na te gaan of mogelijks nog gemotiveerd kan afgeweken worden van de raadsbeslissing 25 juni 2019 omdat de niveauverschillen inzake de wegenis niet uitdrukkelijk in de tekst van de voorwaarden staan, enkel in de plannen van de nieuwe wegenis en riolering als bijlage.
Zoals blijkt uit bijgevoegd landmeetkundig advies vermelden deze plannen reeds een verhoging van de bestaande toestand van ± 44 cm ten opzichte van de voetweg van ± 1,20 m. Er blijft dus nog een niveauverschil over van ± 76 cm.
Op 20 augustus 2019 mailt de dienst vergunningen van de provincie Vlaams-Brabant het volgende:
“Wijzigingen aan een plan ingevolge een bezwaar tijdens het openbaar onderzoek zijn alleen maar mogelijk indien deze tegemoet komen aan een hinder of nadeel die de aanvraag zelf zou kunnen veroorzaken, niet omwille van een mogelijke opportuniteit die de bezwaarindiener beoogt.
Bovendien zou er dan geraakt worden aan de voetweg waardoor ook nog een ganse procedure ivm wijziging van de voetweg moet doorlopen worden, terwijl de aanvraag zelf niet raakt aan deze voetweg. Een wijziging van de plannen zou dan ook buiten alle proporties zijn.”
Zoals blijkt uit bijgevoegde interne nota’s pleit onze dienst openbaar domein om geen rechtstreekse aansluiting te realiseren op de voetweg nr. 51. Daarom worden er in het ontwerpplan op het einde van de wegenis (parking) paaltjes voorzien. Een kruising met de voetweg is niet aangewezen en daarmee ook het win-win voorstel om de last van het niveauverschil te spreiden over de ontwikkelingsgebieden links en rechts van de voetweg. Volgens onze visie volstaat in de voorliggende verkaveling de ontworpen aansluiting met de Prinsenbos.
Een visie op de vraag naar een verlenging van de voetweg om te kunnen aansluiten op de wegenis van de verkaveling wordt vanwege OD omstandig toegelicht in haar bijgevoegde interne nota. OD wil zeker de piste uit 1974 verlaten om een volwaardige verbindingsweg tussen de Edingensesteenweg en de Prinsenbos te realiseren, maar heeft wel oog voor de gronden die momenteel niet kunnen gewaardeerd worden als bouwgrond omdat ze niet aan een openbare weg liggen (waaronder ook deze van de bezwaarindienster). Vandaar het voorstel om enkel werk te maken van het doortrekken van de voetweg thv de betrokken ontwikkelingsgronden en het verder ongemoeid laten van de voetweg. Het wijzigen van het statuut van deze voetweg naar een volwaardige gemeenteweg kan echter alleen maar via een door de gemeenteraad goedgekeurd rooilijnplan gekoppeld aan een onteigeningsplan.
Na kennis te hebben genomen van alle ingenomen standpunten besliste het college in haar zitting van 30 augustus om het bezwaar in te willigen en het dossier te weigeren, dit om de latere ontwikkeling niet te hypothekeren. Een ontsluiting op de gewestweg door het Vlaams Gewest wordt verondersteld nooit als alternatief toegelaten te worden.
Daarom vraagt zij aan de gemeenteraad om te beraadslagen over het intrekken van haar eerder genomen beslissing van 25 juni 2019 omtrent de zaak van de wegen en een nieuw ontwerp van wegenis voor te leggen.
De Gemeenteraad keurt volgend besluit goed met algemene stemmen.
Akkoord te gaan met het intrekken van de eerder genomen beslissing van 25 juni 2019 omtrent de zaak van de wegen in het project OMV/2018/00004/V verkaveling ‘Prinsenbos’ en een nieuw ontwerp van wegenis voor te leggen.