Woonbeleid Zennevallei is een intergemeentelijk samenwerkingsverband dat op 1 januari 2013 van start ging tussen de stad Halle, het OCMW Halle, de gemeente Sint-Pieters-Leeuw en het OCMW Sint-Pieters-Leeuw. Op 1 januari 2019 is de gemeente Beersel toegetreden tot dit intergemeentelijke project. Het project loopt momenteel nog tot en met 31 december 2019 volgens het tijdelijk subsidiebesluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2016 “houdende subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid.”
Op 16 november 2018 werd het nieuw besluit lokaal woonbeleid goedgekeurd, dat een raamwerk vormt voor het gemeentelijk woonbeleid, met Vlaamse beleidsprioriteiten voor de nieuwe beleids- en beheerscyclus en een verfijnd kader voor de subsidiëring van de intergemeentelijke samenwerking voor de periode 2020-2025.
De colleges van Halle, Sint-Pieters-Leeuw en Beersel gaven respectievelijk op 10 mei, 6 mei en 8 mei 2019 hun principieel akkoord tot de verlenging van het project voor de periode 2020-2025. Op deze collegevergaderingen werd tevens het standpunt gevraagd rond enkele mogelijk op te nemen activiteiten. Op basis hiervan werd het eerste ontwerp van het subsidiedossier aangepast en besproken met Wonen Vlaanderen op het verkennend overleg van 20 mei 2019. Rekening houdend met de besprekingen op dit overleg en de officiële repliek die werd verzonden door Wonen Vlaanderen op 3 juni 2019, werd het subsidiedossier aangepast en gefinaliseerd. De definitieve subsidieaanvraag werd goedgekeurd door de stuurgroep van IGS Woonbeleid Zennevallei op 27 juni 2019 en werd bezorgd aan Wonen Vlaanderen op 28 juni 2019.
De subsidieaanvraag moest ten laatste op 30 juni 2019 bezorgd worden aan Wonen Vlaanderen, maar is pas ontvankelijk met een toevoeging van de besluiten van de gemeenteraden waaruit het akkoord blijkt met het subsidiedossier. De gemeenteraadsbeslissingen van de deelnemende besturen dienen ten laatste op 30 september 2019 bezorgd te worden aan Wonen Vlaanderen.
Tijdens de voorgaande subsidieperiodes werd er heel wat expertise opgebouwd door de medewerkers van IGS Woonbeleid Zennevallei inzake diverse woonthema’s en werden er, onder impuls van de verplichte doelstellingen vanuit Vlaanderen, diverse acties rond wonen uitgewerkt. Door middel van deze specifieke expertise kunnen de gemeenten hun woonbeleid op meer efficiënte manier uitwerken en uitvoeren. IGS Woonbeleid Zennevallei coördineert het lokaal woonoverleg, beschikt over een actief woonloket in de deelnemende gemeenten, organiseert verschillende acties rond het verbeteren van de woonkwaliteit, inventariseert leegstand en verwaarlozing op het grondgebied en initieert acties rond rationeel energieverbruik en het bereiken van de kwetsbare doelgroep. Er worden tevens initiatieven uitgewerkt in kader van het grond- en pandendecreet en de Vlaamse wooncode met het oog op een sociaal en betaalbaar woonaanbod en een doelgroepenbeleid binnen de sociale huisvesting.
Woonwinkel Zennevallei is hiernaast een belangrijk aanspreekpunt geworden voor enerzijds de inwoners van beide gemeenten, alsook voor de huisvestingspartners werkzaam binnen de regio. Ten einde de diverse bovengenoemde activiteiten verder te zetten, nieuwe activiteiten uit te werken en het woonbeleid verder uit te rollen is een verlenging van het project vanaf 2020 noodzakelijk.
Om volgens het besluit van 16 november 2018 voor subsidiëring in aanmerking te komen, dient er werk gemaakt te worden van de drie Vlaamse beleidsprioriteiten:
Per beleidsprioriteit dienen de gemeenten werk te maken van een aantal verplichte activiteiten, die worden opgesomd in het subsidiedossier op p. 3 t.e.m. 5. Via de engagementsverklaring, opgenomen op p. 2 van de subsidieaanvraag, verklaren de deelnemende gemeenten zich akkoord met de uitvoering van deze verplichte activiteiten. Hiernaast verklaart elke deelnemende gemeente zich akkoord met het uitvoeren van een lokaal woonoverleg minimaal 2x/jaar en het oprichten van een stuurgroep, die minimaal 2x/jaar samenkomt, ter begeleiding en ondersteuning van het project. In de stuurgroep dient vanuit elke deelnemende gemeente minstens een lid van de gemeenteraad of het college van burgemeester en schepenen worden afgevaardigd. De samenstelling van de stuurgroep staat vermeld op p. 6 van het subsidiedossier.
Voor het uitvoeren van de verplichte activiteiten wordt er een basissubsidie verleend vanuit Vlaanderen die o.a. berekend wordt op basis van het aantal huishoudens in het werkingsgebied. Dit bedrag wordt jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de indexatieparameters die de Vlaamse Regering hanteert bij de opmaak van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap.
Naast het verplichte pakket bevat het besluit lokaal woonbeleid voor elk van de drie Vlaamse beleidsprioriteiten een aantal mogelijke aanvullende activiteiten. Het intergemeentelijk project verkrijgt per opgenomen aanvullende activiteit een aanvullende subsidie van 5% van de basissubsidie. Indien de aanvullende activiteit niet in elke gemeente wordt uitgevoerd gebeurt er een correctie op basis van het aandeel huishoudens. Hiernaast beschikken de gemeenten over de mogelijkheid om eigen voorstellen van aanvullende activiteit te formuleren en uit te voeren. Hiervoor wordt een subsidie van 3% van de basissubsidie verleend.
Het overzicht van de aanvullende activiteiten per gemeente en de eigen voorstellen staan weergegeven op p.7 t.e.m. 9 in het subsidiedossier. Op p.10 t.e.m. 43 worden de aanvullende activiteiten uitvoerig omschreven. Per aanvullende activiteit wordt er per gemeente een verantwoording van de keuze gegeven, een omschrijving van de huidige situatie en een overzicht van de acties en het beoogde resultaat van die acties voor de eerste twee werkingsjaren.
De aanvullende activiteiten AA 1_1 en AA 1_3 (p. 10-11) zullen voorlopig niet worden gesubsidieerd door Wonen Vlaanderen maar zijn wel mee opgenomen in het dossier omdat hierrond enkele mogelijkheden zullen worden onderzocht. Ten laatste 30 juni 2022 kan een herziening van het dossier worden aangevraagd met daarbij een wijziging van het aantal aanvullende activiteiten. Afhankelijk van de resultaten van het verder onderzoek in 2020-2022 kan er geopteerd worden om een herziening van het subsidiedossier aan te vragen.
In bijlage van deze ontwerpbeslissing is een overzicht weergegeven van de begrote kost van het project en de berekening van de geschatte subsidie vanuit Wonen Vlaanderen. Naast de subsidiëring van Wonen Vlaanderen verkrijgt het intergemeentelijk project ook een financiële ondersteuning van de provincie Vlaams-Brabant (65% van de basissubsidie van Vlaanderen). De beoordeling van een werkingsjaar gebeurt op basis van de verslagen van de stuurgroepvergaderingen. De beoordeling, die op basis van een wegingskader gebeurt, kan leiden tot een vermindering van het subsidiebedrag. Binnen de berekening werd dan ook rekening gehouden met een marge in geval van terugvordering.
Op de stuurgroepvergadering van 27 juni 2019 gingen de afgevaardigden van de deelnemende besturen akkoord met een gelijke financiële verdeelsleutel. Na 2 jaar zal deze financiële verdeling worden geëvalueerd en eventueel worden herbekeken.
Samenvattend zijn in bijlage van deze beslissing volgende documenten opgenomen:
- Bijlage 1. Subsidieaanvraag 2020-2025
- Bijlage 2. Bewijs oprichting intergemeentelijk samenwerkingsverband
- Bijlage 3. Addendum oprichtingsakte – toetreding Beersel
- Bijlage 4. Begrote kost en subsidies Woonbeleid Zennevallei
- Bijlage 5. Verslag stuurgroep IGS Woonbeleid Zennevallei 27 juni 2019
- Bijlage 6. Verslag verkennend overleg Wonen Vlaanderen 20 mei 2019
- Bijlage 7. Repliek Wonen Vlaanderen
- Besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2018 over het lokaal woonbeleid
- Oprichtingsakte interlokale vereniging Woonbeleid Zennevallei
De Gemeenteraad keurt volgend besluit goed met algemene stemmen.
Het aanvraagdossier voor de subsidiëring van het intergemeentelijk project Woonbeleid Zennevallei voor de periode 2020-2025 wordt goegekeurd.
De raad gaat akkoord met de financiële verdeling tussen de deelnemende gemeenten zoals opgenomen in de bijlage van het subsidiedossier.