Op 15 oktober 2002 hebben de oorspronkelijke eigenaars, de echtgenoten VG en R een woonhuis te Halle verkocht aan echtgenoten DW - J. De notariële akte vermeldde o.a. dat op uitdrukkelijke vraag van de notaris de verkoper had verklaard dat het goed niet het voorwerp heeft uitgemaakt van enige bouwovertreding. Ook de stedenbouwkundige inlichtingen opgevraagd bij de stad Halle maakten geen melding van stedenbouwkundige misdrijven.
Toen de kopers in 2008 een bouwaanvraag hebben ingediend bij de stad Halle voor een volledige renovatie, verbouwing en inrichting werd deze aanvraag geweigerd met het motief dat de woning aangetast was door een bouwinbreuk. De gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur had een herstelmaatregel ingesteld tegen de erfgenamen-rechtsopvolgers van de overtreder. De inbreuk betrof het heropbouwen en verbouwen van de eigendom, gekwalificeerd als “krotwoning” en “puinen” zonder de vereiste bouwvergunning.
De kopers hebben toen een vordering ingesteld tegen de verkopers tot nietigverklaring van de koopovereenkomst en terugbetaling van de betaalde prijs alsook tegen de optredende notarissen en de stad Halle tot betaling van een schadevergoeding wegens een beweerde fout. Op 17 juni 2010 ontving de stad Halle een dagvaarding om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg. In zitting van 25 juni 2010 heeft het college van burgemeester en schepenen meester Debusscher aangesteld om de stad Halle in rechte te vertegenwoordigen.
De rechtbank van eerste aanleg heeft deze vordering integraal afgewezen als onontvankelijk omdat eisers de beroepsprocedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen niet hadden uitgeput en dit een gebrek aan rechtmatig belang zou inhouden. De kopers hebben daarop een verzoekschrift in hoger beroep ingediend. Op 1 maart 2016 heeft het hof van beroep van Brussel uitspraak gedaan. Het hof verklaart de verkoop nietig en veroordeelt de stad Halle met de verkopers in solidum tot betaling van een schadevergoeding.
Het hof van beroep verklaart de verkoop tussen het echtpaar DW-J en het echtpaar VG-R nietig en veroordeelt de verkopers tot terugbetaling van de koopprijs.
Daarnaast worden de verkopers en de stad Halle in solidum veroordeeld tot betaling van 75.000,00 euro provisioneel ten titel van schadevergoeding en wordt er een gerechtsdeskundige aangesteld om advies te verlenen over de waarde van het onroerend goed.
De verkopers zouden immers wel kennis hebben gehad van het proces-verbaal dat werd opgesteld wegens de instandhouding van het heropgerichte gebouw en hebben voor de notarissen uitdrukkelijk bij de akte verklaard “dat het goed niet het voorwerp heeft uitgemaakt van enige bouwovertreding en dat geen bouwwerken zonder vergunning of in strijd met de wetten of decreten werden verwezenlijkt”. Zij zouden een kennelijk valse verklaring hebben afgelegd.
T.a.v. de stad Halle oordeelt het hof van beroep dat de stad kennis had of kennis diende te hebben van het bestaan van de illegale toestand i.v.m. het goed. De inlichtingen van de stad waren onvolledig en verkeerd hetgeen een foutief handelen uitmaakt dat in oorzakelijk verband staat met de schade van de kopers aangezien de verkoopakte de foutieve vermeldingen over de afwezigheid van bouwinbreuken heeft overgenomen.
Tegelijk met de aanstelling van een gerechtsdeskundige werden tussen partijen onderhandelingen opgestart met betrekking tot de schadevergoeding. Er werd een akkoord bereikt dat vastgelegd wordt in een dading. Ethias gaat akkoord om de betaling van de schadevergoeding van 75.000 euro op zich te nemen. Daarnaast betalen de verkopers nog een bedrag van 36.000 euro aan de kopers.
De Gemeenteraad keurt volgend besluit goed met 29 stemmen bij 2 onthoudingen (Vlaams Belang).
De dading tussen de stad en de verkopers VG-R en Ethias betreffende het rechtsgeding stad Halle / DW-J wordt goedgekeurd.